
Iedereen is GoedVolk: Het nut van biodiversiteit
22 december 2025 om 09:00 Natuur en milieu Iedereen is GoedVolk Nieuws uit de Utrechtse HeuvelrugHEUVELRUG Duurzaamheid, groen, ecologisch, lokaal, biologisch, duurzame transitie, natuurinclusief, biobased economy, ecologische voetafdruk, biodiversiteit, ecosysteemdiensten, regeneratieve landbouw en dit is slechts een kleine greep van de terminologie die wordt gebruikt rondom het thema ‘duurzaamheid’. Een waar containerbegrip dus. Los van de veelheid aan begrippen en thema’s, hangt onder veel van deze begrippen ook nog eens complexe materie. Probeer als leek maar eens uit te leggen hoe een biobased economy werkt of probeer eens je eigen ecologische voetafdruk te berekenen. Dat valt nog niet mee. En zodra je je verder in de materie verdiept, merk je dat veel begrippen onbewust verkeerd worden gebruikt, en soms zelfs bewust. Dat laatste heet ‘greenwashing’, waardoor er weer een nieuw begrip bijkomt.
door Rutger de Jong
Nu is het ook nog eens zo dat wat goed is voor het één, niet per se goed is voor het ander. Kijken we naar het begrip biodiversiteit, dan is het aantal definities voor dit begrip al bijna oneindig, maar samengevat komt dit neer op ‘de verscheidenheid van al het leven op aarde’. Je zou denken dat alles wat duurzaam is goed zou moeten zijn voor al het leven op aarde.
ALLES IS LOKAAL
Helaas is dat niet zo. Neem het begrip ‘lokaal’. Wat is lokaal? Flauw gezegd is alles lokaal zolang je het consumeert waar het is geproduceerd. Lokaal heeft voordelen: je steunt de regionale economie, vaak kleinere ondernemers, en je beperkt transport, wat CO2 bespaart en producten verser houdt. Maar over biodiversiteit zegt lokaal niets. In onze regio ligt bijvoorbeeld lokale zuivel in de winkel, terwijl de percelen waarop die wordt geproduceerd met glyfosaat worden bespoten, intensief worden gemaaid en er nauwelijks bloemetjes staan. Als consument denk je goed bezig te zijn, maar voor biodiversiteit kun je in dit geval beter kiezen voor niet-lokale biologische (SKAL-gecertificeerde) zuivel.
Helpen certificaten welwillende consumenten dan wél om biodiversere keuzes te maken? Soms. Er zijn namelijk bijna net zoveel duurzame certificaten als begrippen. Je zou bijna hopen dat er certificaten komen voor certificaten, zodat je als consument weet welke certificaten betrouwbaar zijn. De onbetrouwbaarheid zit hem vooral in wie de certificaten uitgeeft, want dit gebeurt steeds vaker door de bedrijven, zoals supermarkten, zelf. Milieu Centraal heeft gelukkig een lijst met betrouwbare streng nageleefde keurmerken op hun website geplaatst.
HELDEN ZONDER KEURMERK
Er zijn ook bedrijven die het wel goed doen, maar geen keurmerk hebben. Certificering is namelijk veel werk, kostbaar en het kost soms enkele jaren voordat je daarvoor in aanmerking komt. Voor, jawel, lokale ondernemers is dit niet altijd haalbaar. Wil je als consument een biodiverse keuze maken, stel dan vragen. Laat merken dat je biodiversiteit belangrijk vindt en vraag naar concrete voorbeelden. Bijvoorbeeld: ‘Wat doen jullie voor de natuur?’, ‘Houden jullie rekening met wilde dieren en planten tijdens bewerken, zaaien, oogsten en maaien?’ en ‘Wat doen jullie specifiek?’. Vraag ook naar het gebruik van bestrijdingsmiddelen en naar extra maatregelen, zoals werken met inheemse planten. Uit de antwoorden merk je snel of een bedrijf biodiversiteit belangrijk vindt. Gelukkig zijn zulke bedrijven er binnen onze gemeente. Het is aan jou als consument om hen te steunen, zodat biodiversiteit hiervan profiteert.










