Heuvelrug Natuurlijk: De Wespendief laat zich niet steken

18 augustus 2011 om 00:00 Cultuur

Aan de naam van deze roofvogel is direct af te leiden waar hij zijn voornaamste voedsel vandaan haalt. Om niet gestoken te worden is het verenkleed harder en ligt dichter op de huid dan bij vergelijkbare roof vogels. Ook de poten zijn bedekt met een dikke schildhuid.

In De ANWB Vogelgids is de Wespendief ingedeeld bij de Buizerds: breedvleugelige middelgrote roofvogels, biddend , op thermiek zwevend of roerloos zittend , speurend naar een prooi. Mede door vergelijkbare grootte met de buizerd wordt hij regionaal wel Wespenbuizerd of Bijenbuizerd genoemd. De betekenis van de wetenschappelijke naam Pernis apivorus is behendige bijenverslinder.

Bijen of wespen? Een misverstand is gauw geboren. Twee weken geleden schreef ik over de wilde bij in een papier machéachtige korf in het groen. Alhoewel een imker geraadpleegd was over vorm en gedrag van de insecten reageerde een collega van hem onmiddellijk met : ,,dit kunnen we de bijtjes niet aandoen, het zijn wespen’’. Verder schreef hij: ,,het zijn lastige gasten, die wespen. Onlangs heeft op Bornia in Driebergen een wespendief een wespennest in de grond geheel opgepeuzeld’’. Terwijl zijn bijen gelukkig gespaard werden, wijst de imker mij tussen de regels door olijk terecht met: ,,Dat was kaassie voor hem. Mijn bijen hield hij voor gezien. Een bij is geen wesp, dacht hij kennelijk. Hij kent het verschil als geen ander’’.

Angelbijter

Uit maagonderzoek van wespendieven is gebleken dat de vogel nooit zal nalaten eerst de angel af te bijten. Ze pikt de wesp zodanig op dat ze met het snelle sluiten van de slanke snavel de angelpunt afbijt en die op de grond valt, voordat ze in de keel zou verdwijnen. Bij doorslikken zou de angel een dodelijke verwonding in mond of keel ten gevolge hebben. Wie wel eens een beet van een wesp in lip of mond heeft gehad weet hoe angstaanjagend snel een fikse zwelling optreedt.

De wespendief op de foto is een jong exemplaar, het oog is nog niet geel. Het vluchtprofiel verschilt van de buizerd: de kop is langer, de staart gebandeerd en de vleugeltoppen zijn niet omhoog gekruld. Vorige zomer had ik het geluk de schuwe vogel van dichtbij in de Kaapse Bossen te kunnen herkennen. Misschien verraste ik hem, omdat ik op een stil fietspad rustig aan kwam rijden.

In aantallen komt deze zomergast aanzienlijk minder voor dan de buizerd. Volgens de Vogelatlas (2009) is de broedpopulatie op 560-600 exemplaren geschat. Ze broeden in bossen op zandgrond. Dat heeft weer te maken met de voedselvoorkeur van wespen- bijen en hommelnesten op zandige gronden. Naast het opruimen van dergelijke nesten wijkt deze buizerdachtige in gedrag toch niet zoveel af van andere roofvogels. Nestroof is hem niet vreemd. Voor eigen bewoning kraakt hij een oud nest van bijvoorbeeld een zwarte kraai. Een nestje muizen of ratten, rupsen, kikvorsen tot jonge haasjes toe, het gaat nog gemakkelijker naar binnen als de angeldragende insecten.

Tekst: Kees de Kroon

Foto: Alice van Hunnik

Deel dit artikel via:
advertentie
advertentie