Kijk op Cultuur: Archeologie in Huis Doorn

18 augustus 2011 om 00:00 Cultuur

‘De keizer en de klassieke wereld’ luidt de titel van de tentoonstelling die u nog tot 11 september kunt bewonderen in Huis Doorn. Binnen het kader van deze exposities zijn twee ‘Speakers Corners’ georganiseerd. Op 28 aug. en 11 sept. spreken wetenschappers over onder meer een goede vriend van de keizer, archeoloog Max von Oppenheim (1860-1946) en over onze eigen koningin Wilhelmina, die ook belangstelling voor oudheden had.

‘De keizer en de archeologie’ tot 11 september

door Nicole van der Schaaf

Samen met haar echtgenoot prins Hendrik gaf Wilhelmina aan het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden opdracht archeologisch onderzoek te verrichten in de Kroondomeinen op de Veluwe. Daar is ook wel een en ander gevonden, net als binnen onze eigen gemeente trouwens, waar ten aanzien van de archeologie een ‘beleidsadvieskaart’ gehanteerd wordt en te raadplegen is op de site van de gemeente.

Het is merkwaardig dat de belangstelling en kennis van de oudheid pas ontwaakte in de 18de eeuw. De kennis van de oudheid, de archeologie was tot aan het begin van de 20ste eeuw nog slechts een luxe hobby. Binnen de historie van de archeologie zelf kun je niet om de klinkende naam van Johann Joachim Winckelmann (1717-1768) heen. Hij wordt algemeen gezien als de grondlegger van de archeologie als wetenschap. Hij schreef een fraai boek over de kunst van de oudheid waarin hij trachtte de diverse oudheden in te delen in perioden en stijlen. Dat is natuurlijk allang achterhaald, maar toch is en blijft deze bibliothecaris uit Dresden in de geschiedenisboeken de ‘vader’ van de archeologie.

De Duitse keizer moet zeker gehoord hebben van Winckelmann, zoniet zijn boeken, hij schreef er natuurlijk meerdere, gelezen hebben. Keizer Wilhelm II had in ieder geval een grote belangstelling voor archeologie én hij was bevriend met baron Max von Oppenheim, een ingenieur, diplomaat én amateur archeoloog, die wereldfaam verwierf met de ontdekking van Aramese stad Guzana, nabij Tell Halaf (Syrië).

Von Oppenheim stuitte bij toeval op de restanten van deze oude stad toen - omstreeks 1899 - onder zijn leiding een spoorlijn tussen Berlijn en Bagdad tot stand moest komen.

Aan het begin van de 20ste eeuw, tussen 1911 en 1913, ging Von Oppenheim terug naar de vondsplek om verdere opgravingen te verrichten. De kosten voor deze expeditie bedroegen maar liefst zeven miljoen, die door Von Oppenheim zelf gefinancierd werden.

Met het uitbreken van de 1ste Wereldoorlog mengde Von Oppenheim zich tevens in diverse politieke schermutselingen. Door zijn rol in die oorlog wordt hij wel gekscherend de Duitse ‘Laurence of Arabia’ genoemd.

Met name die politieke aspiraties van Von Oppenheim geven aan hoe nauw verbonden archeologie en politiek in die tijd waren. Tijdens de Speakers Corner van 28 augustus komt met name dit aspect aan de orde.

Reserveren voor de lezingen wordt aanbevolen, zie: www.huisdoorn.nl of 0343 421020.

Reacties: artprom@wxs.nl

Deel dit artikel via:
advertentie
advertentie