Heuvelrug Natuurlijk: De Wilde Bij en korf in het groen

4 augustus 2011 om 00:00 Cultuur

Doorgaans loop je in de warme maanden juli en augustus het meeste risico op een bijensteek. Dit jaar kunnen we juli afschrijven vanwege het bar slechte weer. Maar toch! In die enkele opleving van een mooie dag ben ik een keer gestoken. Mijn buurvrouw al wel tien keer alvorens ze ontdekte dat er een compleet bouwwerk verscholen lag in een hoge struik een paar meter van haar voordeur. Door de jaren heen is het me regelmatig voorgekomen, dat we een seizoen lang ‘gezelschap’ kregen van een volk bijen. Komt ongetwijfeld door de schitterende variatie aan kleurige bloempartijen, die buurvrouw heeft aangelegd, een walhalla voor nijvere werkbijen.

In mijn tuin herinner ik me een paar keer een volk in muurholtes, maar het meeste last had ik van een volk onder een tuinversiering van bielzen, die overgingen in een laag zitplatform. Om lijfsbehoud heb ik er al jaren vrede mee ze te gedogen.

Met de mooie foto van buurvrouws vriend kwam de vraag of er wel een stukje voor De Kaap inzat. Telefonisch contact met een imker in de buurt leerde dat het om een wilde bijen kolonie gaat. In mijn insectengids is die niet expliciet genoemd. Dus met eigen ervaringen én de foto maar aansluiting gezocht bij de algemene bijensoorten. En jawel. Bij honingbij staat vermeld: ‘komen voor in bebouwde gebieden’ en ‘de nestruimte is een bijenkorf, bij wilde of verwilderde bijen een boomholte of holle muur, waarin het broedsel in honingraten van was wordt grootgebracht’. Het zullen dus wilde bijen zijn, die niet zo ‘gedegenereerd ‘ zijn dat ze geen eigen gebouwd huis meer prefereren. Wilde bijen, zei de imker, maar zo beschaafd dat ze een prachtige vrijhangende papier-maché-achtige korf hebben gebouwd. Dat verdient bewondering. Bezoek niet gewenst, want iets te dicht bij de korf om een nog mooiere foto proberen te maken komt je op een horde aanvallers te staan. Niet zeuren over die paar extra bijensteken.

Het (wilde) bijenvolk heeft één eierleggende koningin. De koningin is zo’n anderhalf maal groter dan de werksters (11-14 mm). De vergroting van de koningin zit vooral in het langere achterlijf. Begrijpelijk vanwege haar vruchtbaarheidsfunctie. De koninginmoeder kan enkele jaren in haar korf overleven. De jonge koninginnen verlaten met elk een zwerm de korf en stichten een nieuw volk. De duizenden (onvruchtbare) vrouwtjes hebben een leeftijdsafhankelijk natuurlijk levenspatroon. Als je jong bent moet je werken (werkster), vervolgens helpen bij het voeden van de jongen (voedster), weer werken, waken en wachten om ten slotte het stuifmeel en de nectar binnen te brengen en te verwerken tot honing (verzamelbij). Het echte honingaanvoeren en planten bestuiven het laatst, als kroon op een leven lang dienstbaarheid. Heb wel eens gehoord, dat imkers hun bijen suikerwater geven. Om ze te houden? Suikerwater heeft een geringere voedingswaarde dan de puur natuur honing uit de bloemkelken.

Volgens Praktijkonderzoek Plant en Omgeving Bijen Wageningen UR komen naast de honingbij in ons land ongeveer 350 wilde bijensoorten voor. Een aantal soorten daarvan heeft zich gespecialiseerd op één plant. Die vliegen bijvoorbeeld alleen op de beemdkroon Het artikel ‘Wilde bijen in de tuin’ steekt in op maatregelen hoe de teruggang van bijenvolken met voorzieningen in eigen tuin tegen te houden. Vooral nestgelegenheid komt aande orde. Voor de tuin van mijn buurvrouw geldt het tegendeel. De wilde bij heeft er het voor over zelf haar nestruimte te bouwen.

Tekst: Kees de Kroon

Foto: Reynoud Houtappel

Mail de redactie
Meld een correctie

advertentie
advertentie