
De [donkere]
[historie] van
de Grebbeberg
Een breekbare oude man legt op maandag 17 juni 1940 een krans op de begraafplaats op de berg in Rhenen, in die tijd nog het ‘Ehrenfriedhof Grebbeberg’ genaamd. Het is de voormalige Duitse keizer Wilhelm II die op deze wijze zijn medeleven betuigt. Ruim een maand eerder woedde hier een slag die zijn weerga niet kende in de recente vaderlandse historie. Het verhaal is bekend: Nederlandse militairen probeerden uit alle macht de aanvaller af te slaan. De overmacht is echter te groot waardoor een belangrijke grendel naar het westen via deze smalle corridor na drie dagen open lag.
Het Militair Ereveld Grebbeberg bij Rhenen is de eerste oorlogsbegraafplaats van Nederland en sinds 1952 in beheer van de Nederlandse Oorlogsgravenstichting. Hier liggen bijna vierhonderd Nederlandse militairen die sneuvelden tijdens de Slag om de Grebbeberg.
In 1967 werden de uit de oorlogsjaren daterende kruisen, na overleg met de familie, vervangen door gelijkvormige grafstenen. Tegenwoordig telt het ereveld bijna negenhonderd graven, op één vrouw na allemaal mannen die tijdens de meidagen het leven lieten en hier later zijn herbegraven. Dat gebeurt tot op de huidige dag.
Het ereveld komt jaarlijks minstens twee keer in het nieuws: tijdens de dodenherdenkingen op 4 mei en Tweede Pinksterdag maar ook wanneer er (weer) iets bijzonders plaatsvindt, zoals een herbegrafenis of bij het planten van nieuwe bomen, eind vorig jaar. Toen kwamen er zes bomen in de plaats van de oude, meer dan een eeuw oude, beuken. Die hadden als stille getuigen de Slag om de Grebbeberg in 1940 nog meegemaakt. De jonge boompjes werden geplant als teken van nieuw leven, hoop en voortdurende waakzaamheid. Rond de handelingen werd op initiatief van Nederlands meest bekende veteraan, majoor Marco Kroon, een ceremonie vol symboliek gebouwd.
In feite is er niets nieuws onder de zon. In de eerste vijf jaren van het ereveld was dat niet anders. In dit verhaal een aantal onbekende, goeddeels vergeten of tot op de huidige dag bewust achterwege gelaten feiten. Met daarbij ook de verbijsterende ontdekking dat hier niet alleen militairen begraven liggen… Daarover later meer.
Want dat het ereveld ook een wat donkere periode heeft gekend, daar is zeker de huidige generatie niet van op de hoogte. In het vernieuwde infocentrum lezen we daar heel summier iets over.
BROOS Op die17e juni 1940, een mooie voorzomerse dag, schuifelt de ex-monarch van het oude Duitse keizerrijk langs de graven van de gesneuvelden. Op het ereveld legt hij een krans voor Duitse én Nederlandse soldaten die tussen 11 en 13 mei 1940 zijn omgekomen bij de later genoemde Slag om de Grebbeberg.
In alle haast werd hier boven op de berg een begraafplaats ingericht: 380 Nederlandse soldaten kregen er hun definitieve rustplaats, 260 Duitse gesneuvelden kwamen er vooraan in een apart gedeelte te liggen. Op 16 mei werden de eerste slachtoffers begraven. Na de bevrijding werden de Duitse graven overgebracht naar een speciaal ingerichte begraafplaats in het Noord-Limburgse Ysselsteyn.
De 81-jarige Wilhelm II oogt broos op de enige foto die van dit bezoek bekend is. Nog geen jaar later – op woensdag 4 juni 1941 – zou hij overlijden en zijn laatste rustplaats kiezen in een mausoleum op zijn landgoed in Doorn. Zolang de monarchie in Duitsland niet terugkeert, blijft hij hier liggen, zo bepaalde hij nog tijdens zijn leven.
Op die zonnige maandag is de voormalige keizer vanuit zijn ballingsoord in Doorn afgereisd naar het ruim achttien kilometers verderop gelegen Rhenen. Hij kwam graag in deze omgeving. Zo nodigde hij zichzelf begin jaren twintig uit op Remmerstein bij Rhenen om met de bewoners van het huis Moezelwijntjes te drinken. Zijn vleugeladjudant tekent dat op in zijn dagboek. De ex-keizer had het duidelijk meer naar de zin dan zijn gastheer en -vrouw. Die vonden hem maar een ‘akelige man’ met wie ze geen contact meer wilden hebben.
De oude ex-monarch is één van de personen die het Grebbeveld in oorlogstijd bezochten. Er waren veel meer (veelal Duitse) autoriteiten die op gezette tijden het Heldenkerkhof bezochten.
Op bijzondere dagen werden complete manifestaties opgetuigd, zelfs in aanwezigheid van nabestaanden van Duitse gevallenen. Al deze herdenkingen werden zorgvuldig in beeld gebracht en in kranten en tijdschriften was het verplicht om er een kort of wat groter verslag van te doen.
Die ‘verering’ begon al in mei 1940 toen Duitse militairen samen met 1e Luitenant Wiardi Beckman, die namens de Nederlandse Generale Staf aanwezig was, grote kransen neerlegden. Er zijn foto’s bekend van een Rooms Katholieke eredienst in de openlucht ter herdenking van de gevallenen op de Grebbeberg op 26 mei 1940. In de weken erna kamen steeds ook meer Nederlandse oud-militairen in uniform langs om de gevallen kameraden eer te bewijzen.
Op Allerzielen, zaterdag 2 november 1940, schuifelden oude strijdmakkers, gehuld in lange legeroverjassen, langs de graven. Ze lijken wat verdwaasd, hun veldmuts eerbiedig in de hand houdend. Het bezoek aan de begraafplaats was ondertussen flink toegenomen.
Uit het hele land kwamen familieleden en andere belangstellenden naar Rhenen om de ‘heilige grond’ te bezoeken. De Grebbeberg werd daarmee een soort van bedevaartsoord. Het is begrijpelijk dat langs de rijen Duitse gevallenen, dat waren de eerste grafrijen op de begraafplaats, weinig tot geen bezoekers liepen; daarentegen was de belangstelling voor de graven van de Nederlandse militairen overweldigend.
De graven kregen in eerste instantie een eenvoudig houten bordje op een paal als grafaanduiding; in sommige gevallen zorgden de nabestaanden al snel voor een stenen grafmonument
Kort na de ingebruikneming werd de begraafplaats met hout omheind en werd de hoofdingang langs de Grebbeweg voorzien van een poort van berkenstammen. Bovenin was het jaartal 1940 aangebracht, op de linkerpoort 8 RI en rechts waren SS-runentekens te zien. Daarvan zijn meerdere ansichtkaarten uitgegeven. Die waren te koop in onder meer het souvenirstalletje onder aan de Grebbeberg, aan de Wageningse kant.
Daar konden dagjesmensen ook allerlei andere snuisterijen kopen zoals bijvoorbeeld houten schildjes met daarop geschilderd of ingebrand het grote herdenkingskruis op de begraafplaats. Maar soms ook een andere voorstelling die herinnert aan mei 1940. Toen op Tweede Pinksterdag 1941 het monument 8 Regiment Infanterie (een herdenkingszuil met namen) op het ereveld werd onthuld, waren al snel houten boekensteunen verkrijgbaar, die afgeleid waren van deze zuil.
Al deze memorabilia dateren uit een tijd dat houtbewerken, figuurzagen en wat dies meer zij, bij velen een populair tijdverdrijf was. Het kwam voornamelijk ook door Rhenense huisvlijt tot stand. In huiskamers en schuurtjes werden deze herinneringen in serie gemaakt. Ze vormen tegenwoordig gewilde verzamelobjecten en duiken regelmatig ergens op.
De provisorisch samengestelde toegangspoort heeft overigens niet lang bestaan want op foto’s genomen in november 1942 staan er al gemetselde poeren met ijzeren toegangshekken.
MAUSOLEUM Zoals gesteld: het Grebbekerkhof trok veel belangstelling. Té veel eigenlijk. Het werd er simpelweg te druk want tienduizenden belangstellenden wilden met eigen ogen zien waar zo zwaar strijd was geleverd. Dat leverde verkeerstechnisch veel (parkeer)problemen op. De drukte moest daarom beter gereguleerd worden.
Op de radio was te horen dat de burgemeester van Rhenen vanwege het overweldigende drukke bezoek het vanaf 9 juni nodig vond om ,,op zondag bijzondere politiemaatregelen te treffen.” Zo kregen alleen Duitse en Nederlandse militairen in uniform toegang. Familieleden van de gesneuvelden dienden zich als zodanig te kunnen legitimeren. Voertuigen (uitgezonderd bussen en militaire voertuigen) vanaf Wageningen werden via de Heimersteinselaan omgeleid. Vanuit Rhenen kon men wel over de Rijksstraatweg maar stilstaan was verboden. Dat gold ook voor fietsers en voetgangers.
Maar of deze ingrijpende maatregelen hebben geholpen? Dat is twijfelachtig want in dagblad Het Vaderland van donderdag 3 oktober 1940 meldt dat het gemeentebestuur van Rhenen met spoed bijeen was geroepen om twee voorstellen te bespreken. Het eerste omvatte de bepaling, ,,dat een halteverbod voor auto's, motorrijwielen, rijwielen en andere rij- en voertuigen zal gelden voor 'n gedeelte van den Rijksstraatweg Rhenen - Wageningen en van de Heimersteinselaan.”
Het tweede voorstel bevat een verordening ,,houdende bepalingen ter verzekering van de orde en rust op de begraafplaats der gesneuvelden op den Grebbeberg."
Daarin stond onder meer het verbod voor mannelijke bezoekers van de begraafplaats "om zich er, buiten noodzaak, met gedekten hoofd te bevinden".
Verder werd de volgende bijzondere maatregel besproken: ,,Het is aan een ieder verboden op de begraafplaats te roken of zich daarop te bevinden met brandende pijp, sigaar of sigaret, dan wel de begraafplaats te betreden in een met den eerbied voor de gestorvenen niet in overeenstemming zijnde kleeding. Daarnaast zijn de eigenaars, houders of geleiders van honden verplicht zorg te dragen, dat deze honden zich niet op de begraafplaats bevinden.”
Ook werd gedacht om de snelheid beter te reguleren. In de krant: ,,Aanvankelijk is ook nog gedacht aan een maximum-snelheidsbepaling binnen een kring van vijfhonderd meter uit het kerkhof, doch dit stuitte op juridische moeilijkheden en zal worden ondervangen door plaatsing van borden met verzoek aan automobilisten enz., om geen grootere snelheid dan 30 km te rijden."
Alle maatregelen bleken niet te werken. In het najaar van 1940 kwam dagblad De Telegraaf met het onthullende nieuws dat er plannen waren om het gehele Grebbeveld te verplaatsen. Daarin: ,,Reeds enige tijd was men niet tevreden met de plaats, waar het huidige kerkhof zich bevindt. De omgeving langs de rijksweg is te druk en er gaan niet voldoende wijding en stichting van deze plek uit. Daarom is thans besloten het kerkhof te verplaatsen naar de zandafgravingen in het Koningsbosch, eveneens bij de Grebbeberg. Hier zal een mausoleum worden opgericht, waarmede den gesneuvelden een waardige laatste rustplaats wordt gegeven.”
Die zandafgraving bevond zich onderaan de sluis op de zuidflank van de Grebbeberg. Het gebied was in bezit van Cornelis Dirk Leccius de Ridder, directeur van de Rhenense steenfabriek die zijn naam droeg.
Dat het tot veel protesten heeft geleid, lijkt onwaarschijnlijk. Alleen in Het Nationale Dagblad, de landelijk verspreide krant van de Nationaal-Socialistische Beweging (NSB), van maandag 16 september 1940 is een ingezonden brief te lezen. Het is het Veenendaalse NSB-lid Harry Zimmerman sr die zijn verontwaardiging niet onder stoelen of banken steekt. ‘Hier in de Grebbelinie wordt deze rustverstoring allicht scherper aangevoeld en ook ik, die gelukkig geen kinderverlies in deze strijd heb te betreuren, zou het vreselijk vinden, als daartoe werd overgegaan; ik heb onze jongens zien begraven en vraag langs deze weg mede te willen werken tot een ernstig protest tegen deze rustverstoring.”
Hij reikt ook een oplossing aan: ‘Laten zij, die daarover hebben te beslissen, moeite doen voor een solide afsluiting aan de straatzijde, bijvoorbeeld een twee meter hoge muur, met monumentale inrijhekken, de zijkanten een mooie doornenhaag, de achterzijde open gaasafrastering voor het behoud van de mooie uitkijk over de Gelderse Vallei. Dit was een prachtig object voor onze Opbouwtroepen, waar voldoende vaklieden aanwezig zijn om dit werk te laten slagen. Overplaatsen zal veel meer kosten en mag mijns inziens de eerste honderd jaar niet gebeuren. Ik verwacht de tolk te zijn van duizenden Nederlanders, die gevoelen wat hier staat te gebeuren.”
Het plan werd desondanks doorontwikkeld. In de media wordt daarover niets meer vernomen. Totdat diezelfde Telegraaf eind maart 1941 meldt dat een ‘groot gemeenschappelijk Nederlands-Duits mausoleum wordt opgericht'. Het lijkt vooral een Duits initiatief te zijn geweest. Een ontwerp hiervoor is reeds vervaardigd. De opdracht is namelijk gegeven aan de ‘Duitse kunstenaar professor Vahrenkamp'.
Dat blijkt de 69-jarige Carl Vahrenkamp te zijn, een man die in 1872 werd geboren in Iserlohn (Nordrhein Westfalen) en op zevenjarige leeftijd naar Nederland verhuisde. In 1941 woonde hij in Voorburg, waar hij twee jaar later zou overlijden. Vahrenkamp was architect, graficus en schilder. Hij werkte veel met aardewerk. Vahrenkamp komt voor in de ‘Pieter Scheen’, het meermalen aangevulde en prestigieuze lexicon van Nederlandse Beeldende Kunstenaars.
In datzelfde krantenartikel staat verder: ‘Na bezichtiging door de verschillende instanties hier te lande, zijn in de oorspronkelijke maquette enkele wijzigingen voorgesteld, welke thans worden aangebracht. Hoewel te dien aanzien nog geen beslissing is genomen, bestaat er een stroming, om de stoffelijke resten van alle gesneuvelden naar dit mausoleum over te brengen.’
Vervolgens wordt er niets meer over gehoord.
Dat sterkt het vermoeden dat het hele plan voor een Grebbe-mausoleum nog datzelfde jaar is afgeblazen. Een groot gemeenschappelijk Nederlands-Duits mausoleum op de Grebbeberg klinkt namelijk als een massagraf zonder persoonlijke graven...
Misschien was dat zelfs in oorlogstijd iets teveel van het goede. Denkbaar is ook dat de kosten op problemen stuitte en kon men ook niet tot overeenstemming komen met de grondeigenaar.
JEUGSTORMERS BIJEEN IN WAGENINGEN Tot en met maart 1944 werden er groots opgezette manifestaties gehouden. Vaak waren daar talrijke autoriteiten bij aanwezig. Zo kwamen er op het ‘Heldenkerkhof’ op zaterdagmiddag 17 augustus 1940 enkele honderden meisjes en jongens van de Nationale Jeugdstorm bijeen, de padvinderachtige organisatie voor de jeugd tussen de tien en zeventien jaar die zeer nauwe banden had met de NSB.
In Het Nationale Dagblad van maandag 19 augustus 1940 lezen we: ‘Op het brede middenpad stelden zich de genodigden op: de leiding van de Jeugdstorm, vertegenwoordigers van de Beweging, enige Duitse autoriteiten en de burgemeester van Rhenen. Langzaam marcheerden de jongens en meisjes aan weerszijden het terrein op. Eerst enige groepen in burger, kinderen die in de oorlogsdagen ook hun uniform hebben verloren, daarna de grootste helft in het kleurig blauw-zwarte uniform.’
Schout Jansen, gewestleider van Nedersticht, hield een toespraak. Hij herinnerde aan de ‘broederkrijg’. Hij sprak over ‘verkeerde leiders en een verkeerde politiek waarmee Nederland in oorlog kwam met Duitsland. Twee volken van Germaanse stam moeten elkaar niet bekampen maar in vreedzame arbeid aan de opbouw gaan.’
Vervolgens gingen de vaandels neer, de zwart/oranjekleurige kapoets van het hoofd gehaald, waarna een plechtige gelofte werd afgelegd dat deze broederkrijg nooit meer zal gebeuren. Uiteraard werden er kransen gelegd. In mars ging het weer terug naar het uitgangspunt van deze dag, het gemeentelijk sportterrein in Wageningen. ’s Ochtends waren daar al tal van oefeningen gehouden. Volgens de krant ‘trokken al die frisse uniformen onmiddellijk grote belangstelling.’
Een bezoeker uit de nazitop kwam in november 1942 langs. Het was dr. Joseph Goebbels die een rondreis door Nederland maakte en ook een flitsbezoek aan de Grebbeberg bracht. Hij was rijksminister van Volksvoorlichting en Propaganda.
Ook hij legde een krans bij graven van Duitse en Nederlandse soldaten. Op foto’s, bij de hoofdingang genomen, zien we hem bij de net gelegde krans de Hitlergroet brengen. De erewacht wordt gevormd door leden van de Nationale Jeugdstorm en Hitlerjugend. Het bezoek wordt gebruikt voor propaganda.
Het NSB-bioscoopjournaal meldt over deze samenwerking in gezwollen taal: ‘Het is een mooi symbool voor de gemeenschappelijke wil van de jonge generaties van de twee Germaanse broedervolken om elkaar over de graven van het verleden de hand te reiken in onwrikbaar vertrouwen op de eindoverwinning van het nieuwe Europa.’
Een ander treffend herdenkingsvoorbeeld betreft de samenkomst op zondag 21 maart 1943. Die werd overal in het land gehouden maar die op de Grebbeberg was veruit de grootste. Dat gebeurde in aanwezigheid van onder meer de Rijkscommissaris van Nederland dr. Seyss-Inquart, NSB-leder ir. Anton Mussert en Wehrmachtsbefehlshaber in den Niederlanden generaal der vliegers Friedrich Christiansen. Ook verwanten van de gesneuvelden waren aanwezig. Zij kregen na de toespraken een persoonlijke handdruk. Een Duits muziekkorps begeleidde het geheel.
In toespraken werd de Nederlands-Duitse kameraadschap benadrukt en het geloof in het ‘nieuwe Europa’. Het werd, kortom, één grote propagandabijeenkomst, met de bekende, steeds terugkerende, elementen. Het is wel de eerste (en enige) bijeenkomst die zo uitgebreid op foto is vastgelegd. Fotograaf Herman Cino van de NSB-Fotodienst maakte maar liefst 56 foto’s van de verschillende formaliteiten. Onder de kransen die bij het hoofdkruis werden neergelegd, bevond zich ook een krans van de Ortsgruppe Grebbe-Veenendaal der N.S.D.A.P., vooralsnog een onbekende organisatie.
OOK FAMILIELEDEN MEEBEGRAVEN De onbekende, vergeten of bewust niet genoemde zaken rond het ereveld, worden zelfs tot in de huidige tijd doorgetrokken. Wat te denken van bijvoorbeeld het volgende.
Bekend is dat het huidige aantal graven rond de negenhonderd ligt, terwijl het er in eerste instantie bijna vierhonderd waren. De oorzaak daarvan is omdat soldaten die elders in mei 1940 omkwamen, sinds 1946 hier herbegraven mogen worden. Dat gebeurt vaak wanneer begraafplaatsen worden opgeheven of graven om verschillende redenen worden opgedoekt. Nabestaanden krijgen dan de mogelijkheid om de militair in Rhenen te laten herbegraven.
Nu komt het: een Veenendaalse onderzoeker die bezig is om de portretten van de gevallenen die op de Grebbeberg liggen, te verzamelen voor opname op de fotowand in het vernieuwde informatiecentrum, is er achter gekomen dat niet alleen de militair werd herbegraven. Dat is een totaal onbekend, en voor velen ook een schokkend, gegeven. Dat feit is naar boven gekomen dankzij onderzoek in het Nationaal Archief.
Daar zegt hij over: ,,Ik heb bij een aantal soldaten documenten gezien, dat er correspondentie was tussen de familie en de Oorlogsgravenstichting, waarbij uiteindelijk werd toegestaan dat het familielid mede begraven mocht worden.”
Dat komt ,,omdat de familie destijds niet wilde dat bijvoorbeeld de moeder of het al overleden broertje achterbleef in het oorspronkelijke graf. Ze werden dan meebegraven op de Grebbeberg. Maar hun namen mochten natuurlijk niet op de steen komen te staan.”
Dat betekent dus dat er meer dan de genoemde negenhonderd personen op het ereveld rusten.
Vooralsnog is onbekend hoeveel dat er zijn…






