Van 2016 tot 2020 reisde hij vanuit Driebergen bijna dagelijks naar Breda op en neer en verder. Als NLDA-commandant was hij namelijk niet alleen verantwoordelijk voor de opleidingen aan de Koninklijke Militaire Academie (KMA) in Breda en het Koninklijk Instituut voor de Marine (KIM) in Den Helder, maar ook voor alle carrière-cursussen voor de officieren van de gehele krijgsmacht.

Geboren in Assen 'naast de kazerne' was hij al van jongs af gewend aan militairen in zijn omgeving. ,,Daarbij kwam dat mijn ouders in ons grote huis jarenlang inkwartiering van onderofficieren en officieren uit de naastgelegen kazerne hadden”, vertelt hij. Toen hij in 1979 van de middelbare school kwam, koos hij na lang wikken en wegen (Word ik militair, politieman of leraar?) voor een opleiding aan de KMA. ,,De officiersopleiding trok mij aan door de combinatie van fysieke en mentale inspanning en het werken met mensen." Geerts koos daarom bewust voor de infanterie. ,,Daar werd ook veel aandacht besteed aan teamwork en ontwikkeling van leiderschap."

[BEPALEND] Vooral de fysiek en mentaal zware operationele kant van de opleiding sprak hem aan. Van 1983 tot 1985 diende hij als luitenant, allereerst als pelotonscommandant: ,,Zo’n startfunctie is bepalend voor de rest van je carrière. Ik leerde het wezenlijke militaire handwerk in de omgang met de toen veelal dienstplichtige soldaten. Ik trof daarnaast een commandant met een streng gevoel voor normen en waarden en rechtvaardig leiderschap. En een 'puike' sergeant als plaatsvervangend pelotonscommandant. Als beginnende officier ben je dan een geluksvogel."

De waardering voor het militaire handwerk heeft gedurende de rest van zijn militaire loopbaan een belangrijke rol gespeeld, ook toen hij zelf bevelvoerend commandant was. Daaraan ging overigens nog wel een cursus Hogere Militaire Vorming vooraf: ,,Daar leer je onder andere snel te schakelen tussen het militair-operationele en het openbare, politiek-bestuurlijke domein. En in voorbereiding op een militaire topfunctie verantwoordelijkheid te nemen voor wat je besluit, maar ook verantwoording daarover af te leggen.”

Na de succesvolle afronding van deze opleiding, kwam de jonge kapitein Nico Geerts op termijn in aanmerking voor een aanstelling als opperofficier. ,,Dat ging niet zomaar. Je moest door een veelheid aan ook niet-operationele functies heen om je te ontwikkelen tot generalist. Bij een functiewisseling werd je zeer kritisch beoordeeld door leden van de Landmachtraad."

Een hele rij van die kritische, maar positieve beoordelingen leidde er uiteindelijk toe, dat Geerts Brigade-generaal werd en in 2012 commandant van 11 Luchtmobiele Brigade (LMB). In de periode daarvoor was hij majoor (Hoofd Logistiek), luitenant-kolonel en regimentscommandant van 13 Infanteriebataljon (Air Assault) 'Regiment Stoottroepen Prins Bernhard', onderdeel van 11 LMB. Later werd hij Chef-Staf, tevens plaatsvervangend commandant van deze brigade. Met een deel van de LMB, aangevuld met andere eenheden, was hij van augustus 2007 tot en met januari 2008 verantwoordelijk voor de missie van Task Force Uruzgan in het zuidwesten van Afghanistan. Daar kon hij zijn 'operationele ei' helemaal kwijt.

[TROEPENMAN] Commandant Nico Geerts ontpopte zich als een troepenman en teamworker, wat hij in beginsel altijd al was. ,,Ik was onder de indruk van waartoe Nederlandse soldaten in samenwerking met hun Australische bondgenoten in staat waren. Door hun eenheid als team, hun vakmanschap en snelle vermogen zich aan te passen, hebben zij wezenlijk bijgedragen tot het herstellen van een zekere veiligheid en de opbouw van het land”, zegt hij. En dat in de setting van: ,,Niets is wat het lijkt."

Een balans vinden tussen robuust optreden, hetgeen geregeld noodzakelijk was - Nederland voerde in Afghanistan daadwerkelijk oorlog - en zorgen voor herstel van basale voorzieningen, zoals waterleidingen en de opleiding van Afghaans politiepersoneel, was geen geringe klus. Of de Nederlandse activiteit, gezien de huidige situatie, achteraf gezien uiteindelijk geholpen heeft? Geerts: ,,In Uruzgan zijn de infrastructuur, die we in samenwerking met de Afghanen hebben gerealiseerd, en delen van de mede door onze hulp herstelde overheidsdiensten, nog steeds intact."

Geerts waarschuwt ervoor de omstandigheden alleen maar door een westerse bril te beoordelen. ,,Je haalt misschien je doelen niet of niet helemaal, maar de Afghaanse bevolking is wel tevreden over wat je voor hen hebt gedaan."

In 2014 eindigde zijn termijn als commandant van de LMB. Voordat hij NLDA-commandant werd, was hij een periode van vijftien maanden nog commandant van het Opleidings- en Trainingscommando in Amersfoort. De Landmachtraad zag echter meer in hem en benoemde hem in de rang van Generaal-majoor tot baas van de NLDA. ,,Ik werd eigenlijk directeur van een grote school. Tijdens mijn loopbaan had ik al aan diverse operationele opleidingen mijn bijdrage geleverd en een gevechtstrainingsschool in Amersfoort geleid. En het leraarschap sprak me sowieso aan. Ik wilde me naast het scheppen van goede randvoorwaarden voor de docenten en studenten aan de academie dus ook bezighouden met de inhoud van de lessen.”

De krijgsmacht is in de basis goed georganiseerd

[VORMING] Geerts pleit voor meer nadruk op de vorming binnen de officiersopleiding: ,,De KMA en het KIM zijn tegenwoordig academische opleidingen en natuurlijk verwachten we van de toekomstige officieren een academisch denkniveau, maar écht leiding geven is vooral gebaseerd op integer en ethisch handelen. En dat is een kwestie van vorming.”

Daarbij komt, dat de wijze van leiding geven in het huidige beroepsleger sinds de afschaffing van de dienstplicht veel minder hiërarchisch is geworden, zegt hij: ..Niet je rang bepaalt je succes, maar wel hoe je je gedraagt in een team, maar als het erop aan komt, is er sprake van een eenhoofdige leiding en ben jij de baas.” Dat gedrag komt tegenwoordig door de sociale media en snelle technologie veel vaker in de openbaarheid dan vroeger ,,en is daardoor onderworpen aan het oordeel van de publieke opinie”. Ontwikkelingen om danig rekening mee te houden, vindt Nico Geerts: ,,Je moet sociale media en publieke opinie dus tegenwoordig in je militaire planning meenemen. En ervan uitgaan, dat tijdens de uitvoering van je oefening of missie die via App, Twitter, Instagram en Facebook al viraal gaat. Daar hebben we als Krijgsmacht nog wel stappen in te zetten, zowel organisatorisch als binnen de opleidingen. Er wordt overigens al hard aan gewerkt.”

En ons leger in het algemeen? Geerts: ,,De krijgsmacht is in de basis goed georganiseerd. In de komende jaren moet de regering ervoor zorgen, dat wij kunnen innoveren en de juiste fysieke en/of financiële middelen krijgen om, wanneer de politiek daarom vraagt, adequaat ingezet te kunnen worden.”

[PENSIOEN] Nico Geerts geniet vanaf 1 mei van zijn pensioen: ,,Tennissen, zeilen, hardlopen, lezen, maar als zich een bijzondere omstandigheid voordoet en men heeft mij nodig, dan ben ik beschikbaar. Dat ben ik aan mijn collega’s binnen de krijgsmacht verplicht.”

Door John de Vries

Eigen foto
Foto: Eigen foto