Danny van der Linden

De Nederlandsche Landwacht was een paramilitaire organisatie die door de Duitse bezetter werd opgericht. De leider van de organisatie was Kees van Geelkerken. Hij was, na de Utrechter Anton Mussert, de hoogste man binnen de NSB. Van Geelkerken werd door Seys-Inquart benoemd tot Inspecteur-Generaal van de Landwacht. Na dolle dinsdag kreeg SS-leider Rauter de rol als eindverantwoordelijke van de Landwacht toebedeeld.

De Landwacht werd voor het eerst op straat gesignaleerd in maart 1944. Ze werd vooral ingezet voor de bewaking van gebouwen, het controleren van persoonsbewijzen en het uitvoeren van arrestaties, huiszoekingen en visitaties. Hoewel een groot deel van de Nederlandse bevolking neerkeek op de Landwacht, was de reputatie van de, grotendeels, uit bewapende NSB'ers bestaande organisatie berucht. Er zijn talloze arrestaties en executies door leden van de Landwacht uitgevoerd.

In de Hongerwinter werd de haat ten opzichte van de Landwacht groter toen men begon voedselpakketten van de bevolking in beslag te nemen. Vele duizenden Nederlanders hadden tijdens de hongertochten honderden kilometers afgelegd om een stuk brood of wat aardappelen te bemachtigen. De Landwacht deinsde er niet voor terug dit, met het (on)nodige geweld, af te pakken. Door het gebruik van geweld werd de Landwacht gevreesd door de Nederlandse bevolking. Hoewel de Landwacht officieel onder toezicht van de Duitse Sicherheitspolizei stond, deden de leden vooral waar ze zin in hadden. Dat leidde soms tot buitensporig geweld. Een bekend voorbeeld is een arrestatie waarbij iemand met een gummiknuppel zo hard werd geslagen dat de knuppel afbrak. Daarna werd de arrestant verder mishandeld met een hondenriem.

[JAN HAGEL] Leden van de Landwacht droegen de zwarte NSB-partijkleding: zwarte overhemden, zwarte pantalon of rijbroek, zwarte leren motor- of rij-laarzen, zwart lederen koppelriem met bijbehorende draagriem. Al naargelang de weersomstandigheden kon een zwarte tuniek en/of zwarte overjas worden gedragen. Het is niet onmogelijk dat hier en daar zwarte pistooltassen aan de koppelriem werden gedragen. Gezien de vrij povere bewapening zal het hier om incidentele gevallen zijn gegaan. Wel liepen veel leden van de Landwacht met jachtgeweren rond. Het leverde ze de, wat spottende, bijnaam Jan Hagel op.

Hoewel het hoofdkantoor van de Landwacht in Driebergen gevestigd was, waren de leden in heel Nederland actief. Ook in Driebergen zijn diverse arrestaties verricht door leden van de Landwacht.

[VAN GEELKERKEN] Na de bevrijding, in mei 1945, werd de Nederlansche Landwacht opgeheven en werd voormalig leider Kees van Geelkerken gearresteerd. Pas in 1951 kwam hij voor de rechter. Het landverraad van Van Geelkerken was overduidelijk, maar betrokkenheid bij de deportatie van mensen of andere flagrante oorlogsmisdaden was niet gebleken. Verder pleitten berouw en terugkeer naar de Gereformeerde Kerk in zijn voordeel. Hij kreeg een levenslange gevangenisstraf, die later werd omgezet naar twintig jaar waardoor hij in 1959 vrij kwam. Hij ging in Lunteren wonen en werkte tot aan zijn pensioen in de farmaceutische industrie. Kees van Geelkerken overleed in maart 1976.